Biobased bouwen, 99% nieuwbouw haalt ambitie nog niet

Nederland wil biobased bouwen

Maar 99% van de nieuwbouw haalt de 30%-grens nog niet

23 augustus 2026, Nederland heeft grote plannen met bouwen met hout, hennep, vlas, stro en andere natuurlijke materialen. Maar nieuwe cijfers van juli 2026 ote kloof zien tussen ambitie en werkelijkheid. 
In 2025 haalde slechts 1% van de nieuwbouwwoningen de grens van minimaal 30% biobased materiaal. 
Willen we de doelstelling voor 2030 halen, dan moet er de komende jaren dus iets fundamenteel veranderen.

Nederland wil in rap tempo meer woningen bouwen én tegelijkertijd de milieubelasting van de bouw verminderen. Biobased bouwen wordt daarbij al jaren genoemd als een belangrijk onderdeel van de oplossing.

Toch blijkt uit de Monitor Nationale Aanpak Biobased Bouwen, bijgewerkt op 15 juli 2026, dat de praktijk nog ver achterloopt op de plannen. 
In 2024 werd volgens de monitor nog 0% van de nieuwbouwwoningen voor minimaal 30% van de massa biobased gebouwd, wanneer ook de fundering wordt meegerekend. In 2025 steeg dat aandeel naar slechts 1%.

Anders gezegd: ongeveer 99 van de 100 nieuwbouwwoningen halen die 30%-grens op dit moment nog niet.
Van 1% naar 30% in enkele jaren.
En juist daar wordt het interessant.

De rijksoverheid heeft namelijk als ambitie dat in 2030 30% van de nieuwbouwwoningen uit minimaal 30% biobased materialen bestaat.
Het aandeel woningen dat deze grens haalt moet daarmee in enkele jaren van 1% naar 30%. Dat betekent dat de toepassing grofweg dertig keer zo groot moet worden.

Dat is geen kleine verduurzamingsstap meer. 
Dat vraagt om een echte verandering van de manier waarop Nederland bouwt.

We weten al lang welke materialen er zijn

Aan natuurlijke bouwmaterialen ontbreekt het niet. 
Hout, vlas, hennep, stro, grasvezels en miscanthus kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor constructies, isolatie, plaatmateriaal en andere bouwproducten.

Het bijzondere aan veel van deze grondstoffen is dat ze opnieuw kunnen groeien. 
Daarmee kunnen ze het gebruik van eindige en energie-intensieve grondstoffen verminderen. 
De rijksoverheid noemt biobased bouwen daarom nadrukkelijk als manier om de CO₂-uitstoot te verlagen, minder niet-hernieuwbare grondstoffen te gebruiken en de bouw meer circulair te maken.

Het oorspronkelijke plan was dan ook behoorlijk ambitieus. 
In 2023 werd voor de Nationale Aanpak Biobased Bouwen €200 miljoen beschikbaar gesteld of gereserveerd: €25 miljoen voor de eerste fase en €175 miljoen voor verdere opschaling tussen 2025 en 2030. 
Daarnaast moet de Nederlandse teelt van vezelgewassen voor bouwmaterialen volgens de plannen groeien van ongeveer 2.000 naar 50.000 hectare en moet er minimaal 400.000 ton verwerkingscapaciteit per jaar ontstaan.

De plannen zijn er dus. De materialen zijn er. En er is geld gereserveerd om de markt op gang te brengen.

Maar de nieuwbouw blijft achter.

Renovatie laat zien dat het wél kan

Opvallend genoeg gaat de ontwikkeling bij bestaande woningen een stuk sneller.

Bij particuliere woningverduurzaming groeide het aandeel biobased isolatiemateriaal volgens de nieuwste cijfers van bijna 8% in 2024 naar ruim 11% in 2025
Mensen kiezen dus steeds vaker voor isolatiematerialen van bijvoorbeeld houtvezel, hennep, vlas of gras.

Dat maakt het lage percentage bij nieuwbouw des te opvallender.

Ook binnen de nieuwbouw zijn er trouwens duidelijke verschillen. 
Bij appartementen bestond in 2025 ruim 5% van de woningen voor minimaal 30% uit biobased materiaal wanneer de fundering buiten de berekening wordt gehouden. 
Volgens de overheid komt dat mede doordat industriële woningbouw steeds vaker gebruikmaakt van houten bouwconcepten.

Er gebeurt dus wel degelijk iets. Alleen nog lang niet op de schaal die nodig is.

Waar stokt het?

Volgens de overheid zit een belangrijk probleem in de keten.

Boeren gaan pas op grote schaal hennep, vlas of andere vezelgewassen telen wanneer daar voldoende afzet en een goede prijs tegenover staan. 
Producenten investeren pas in grotere fabrieken als zij weten dat bouwbedrijven hun materiaal daadwerkelijk gaan afnemen. 
En bouwbedrijven stappen gemakkelijker over wanneer voldoende gecertificeerd materiaal beschikbaar is tegen een concurrerende prijs.

Zo ontstaat een klassiek kip-en-eiprobleem.

De boer wacht op de industrie. 
De industrie wacht op de bouw. 
En de bouw wacht op voldoende aanbod, zekerheid en opdrachtgevers die er daadwerkelijk om vragen.

Ondertussen wordt het grootste deel van Nederland nog steeds op de vertrouwde manier gebouwd.

Ambitie is nog geen verplichting

Daar zit misschien wel de belangrijkste zwakke plek.

De bekende 30-30-30-doelstelling is een ambitie voor 2030
Het betekent niet dat iedere nieuwe woning vanaf nu verplicht voor 30% biobased moet worden gebouwd.

Sinds 1 juli 2026 zijn de regels voor de milieuprestatie van gebouwen wel aangepast. 
Zo gelden voor meer soorten gebouwen milieuprestatie-eisen en is de eis voor kantoren aangescherpt. 
Maar zo'n MPG-eis schrijft niet simpelweg voor dat een bepaald percentage van een gebouw uit natuurlijke materialen moet bestaan.

En precies daar wringt het.

Zolang biobased bouwen vooral een ambitie blijft en traditionele bouwmethoden gewoon binnen de wettelijke eisen passen, zal de overstap voor veel partijen geen vanzelfsprekendheid zijn.

Biobased bouwen moet meer worden dan een klimaatcijfer

Vanuit bouwbiologisch oogpunt zou de discussie bovendien breder mogen zijn dan alleen CO₂.

Een woning is geen spreadsheet met milieupunten. 
Het is een omgeving waarin mensen soms tientallen jaren wonen, slapen en leven. 
Daarom zou bij materiaalkeuze ook gekeken moeten worden naar zaken als vochtgedrag, dampopen bouwen, emissies van materialen, herkomst, herbruikbaarheid en uiteindelijk het binnenklimaat.

En daarbij geldt ook: biobased is niet automatisch hetzelfde als gezond of bouwbiologisch verantwoord. 
Ook natuurlijke bouwproducten moeten kritisch worden beoordeeld op samenstelling, toevoegingen en de manier waarop ze in een gebouw worden toegepast.

Maar juist wanneer biobased bouwen goed wordt uitgevoerd, biedt het kansen om duurzaamheid, circulariteit én een prettige leefomgeving dichter bij elkaar te brengen.

De komende vier jaar worden beslissend

Nederland hoeft niet meer te bewijzen dát bouwen met natuurlijke materialen mogelijk is. Tal van projecten laten dat inmiddels zien.

De echte vraag is of we het ook op grote schaal durven toe te passen.

Want van 1% in 2025 naar 30% in 2030 is een enorme sprong. 
De komende jaren zal moeten blijken of de Nationale Aanpak Biobased Bouwen daadwerkelijk zorgt voor die versnelling.

Anders dreigt een bekend Nederlands verschijnsel:

grote duurzame ambities op papier, terwijl op de bouwplaats vooral wordt doorgebouwd zoals we dat altijd al deden.

En met 2030 steeds dichterbij wordt de vraag steeds moeilijker te ontwijken:

Als biobased bouwen werkelijk zo belangrijk is voor de toekomst van Nederland, waarom bouwen we dan vandaag nog voor 99% onder die 30%-grens?

Artikel:
Martin Sevink
Human House Healthy

https://humanhousehealthy.nl/gezond-wonen/biobased-bouwen-achterhoek/

©Auteursrecht. Alle rechten voorbehouden.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.