Minder zendmasten = minder straling?
Zo eenvoudig ligt het niet
Nieuw Europees onderzoek laat zien dat mobiele telefoons bij slechter bereik harder kunnen gaan zenden
Wie zich bezighoudt met elektromagnetische straling, kijkt al snel naar de zendmast in de buurt.
Hoe ver staat de mast van mijn woning?
Hoeveel antennes hangen erin?
Is het 4G of 5G?
Logische vragen.
Maar er is een kant van mobiele communicatie waar veel minder aandacht voor is:
de mobiele telefoon in je eigen hand is zelf óók een zender.
En daar komt uit recent Europees onderzoek iets interessants naar voren.
In dorpen bleken mobiele telefoons gemiddeld met een hoger zendvermogen te werken dan in grote steden.
Dat klinkt misschien tegenstrijdig.
Want minder zendmasten betekent toch automatisch minder straling?
Zo eenvoudig ligt het dus niet.
Je telefoon fluistert als het kan – en roept als het moet
Een mobiele telefoon gebruikt niet voortdurend hetzelfde zendvermogen.
Het netwerk past dat vermogen voortdurend aan.
Is de verbinding met een zendmast goed?
Dan kan een telefoon vaak met relatief weinig vermogen communiceren.
Wordt het signaal zwakker, bijvoorbeeld doordat de zendmast verder weg staat, doordat je binnen bent of doordat bouwmaterialen het signaal dempen?
Dan moet de telefoon meer moeite doen om het netwerk te bereiken.
Heel eenvoudig gezegd:
goede verbinding → telefoon kan zachter zenden
slechte verbinding → telefoon kan harder gaan zenden
Vergelijk het met een gesprek.
Sta je vlak bij iemand, dan hoef je niet hard te praten.
Staat iemand honderd meter verderop, dan zul je je stem moeten verheffen om nog gehoord te worden.
Een mobiele telefoon doet technisch gezien iets vergelijkbaars.
Onderzoek in zeven Europese landen
In een Europees onderzoek dat in 2025 werd gepubliceerd, werden 4G- en 5G-verbindingen onderzocht in honderden verschillende situaties in zeven Europese landen, waaronder Nederland.
De onderzoekers keken daarbij specifiek naar de zogenaamde uplink.
Uplink is het signaal dat van de mobiele telefoon naar de zendmast wordt gestuurd.
Daar kwam iets opvallends uit.
Het gemiddelde zendvermogen van mobiele telefoons lag in dorpen hoger dan in grote steden.
Een belangrijke verklaring is de dichtheid van het mobiele netwerk.
In stedelijke gebieden staan doorgaans meer antennepunten en bevinden telefoons zich gemiddeld dichter bij een basisstation.
Daardoor kan een toestel in veel situaties met minder vermogen verbinding maken.
In landelijke gebieden zijn de afstanden vaak groter.
En daar kan de telefoon dus zelf harder moeten gaan zenden.
Minder straling vanuit de omgeving, maar meer vanuit je telefoon?
Juist hier ontstaat een interessante tegenstelling.
Andere Europese metingen laten zien dat de hoeveelheid radiofrequente elektromagnetische velden uit de omgeving in dorpen gemiddeld lager kan zijn dan in stedelijke gebieden.
Dat is niet vreemd.
Er zijn vaak minder zendmasten, minder draadloze netwerken en minder mensen die tegelijkertijd mobiele apparatuur gebruiken.
Maar zodra de mobiele telefoon zelf actief veel gegevens moet verzenden, bijvoorbeeld tijdens uploaden, videobellen of ander intensief dataverkeer, kan het beeld veranderen.
Bij een slechte verbinding kan het zendvermogen van het toestel oplopen.
Dat betekent dus:
minder elektromagnetische straling vanuit de omgeving betekent niet automatisch dat de persoonlijke blootstelling vanuit je eigen telefoon ook lager is.
En juist dat maakt het onderwerp interessanter dan alleen de vraag waar de dichtstbijzijnde zendmast staat.
Waarom horen we hier zo weinig over?
Daar mag wat Human House Healthy betreft best een kritische vraag over worden gesteld.
De discussie rondom 4G en 5G draait vanuit overheid en telecomsector vaak vooral om één vraag:
blijven de gemeten elektromagnetische velden onder de geldende blootstellingslimieten?
Dat is uiteraard een belangrijke vraag.
Maar het is niet de enige vraag.
Een meting rondom een zendmast vertelt namelijk niet automatisch hoeveel radiofrequente elektromagnetische velden iemand gedurende de dag daadwerkelijk om zich heen heeft.
Daar spelen veel meer factoren bij mee.
Denk aan:
- de afstand tot zendmasten;
- de kwaliteit van het mobiele bereik;
- de mobiele telefoon zelf;
- wifi;
- Bluetooth;
- DECT;
- slimme apparatuur;
- bouwmaterialen;
- de plaats waar apparatuur wordt gebruikt;
- en vooral: hoe dicht een zender zich bij het lichaam bevindt.
De elektromagnetische leefomgeving is dus veel complexer dan één zendmast en één grenswaarde.
‘Onder de norm’ vertelt niet het hele verhaal
Wanneer zorgen over elektromagnetische straling worden besproken, klinkt vaak snel de geruststellende boodschap:
“De metingen blijven onder de wettelijke norm.”
Dat is feitelijk relevante informatie.
Maar onder een wettelijke norm blijven en géén elektromagnetische blootstelling hebben, zijn twee heel verschillende dingen.
Een wettelijke grenswaarde geeft aan welke maximale blootstelling binnen het gekozen regelgevingskader wordt toegestaan.
Maar daarmee weet je nog niet:
- welke bronnen in een woning aanwezig zijn;
- waar de hoogste waarden voorkomen;
- hoe lang iemand aan bepaalde bronnen wordt blootgesteld;
- en welke bronnen eenvoudig kunnen worden verminderd.
Binnen de bouwbiologie wordt daarom breder gekeken.
Niet alleen: “Blijft het onder de wettelijke grens?”
Maar ook:
“Wat is hier werkelijk aanwezig en kan de elektromagnetische belasting praktisch worden verminderd?”
Dat is een wezenlijk andere benadering.
Dan maar overal meer zendmasten?
Ook dat is te eenvoudig.
Het onderzoek betekent niet automatisch dat er overal meer zendmasten geplaatst zouden moeten worden.
Meer antennepunten kunnen ervoor zorgen dat mobiele telefoons met minder zendvermogen hoeven te communiceren.
Maar tegelijkertijd veranderen daarmee ook de elektromagnetische velden afkomstig van de vaste antenne-installaties zelf.
Er zijn dus twee kanten.
Downlink: het signaal dat vanuit een zendmast naar mobiele apparaten wordt gestuurd.
Uplink: het signaal dat jouw telefoon terug naar de zendmast stuurt.
Daarbovenop komen wifi, Bluetooth, DECT en andere draadloze systemen.
Daarom bestaat er eigenlijk geen simpel antwoord op de vraag:
“Hoeveel straling is hier?”
Eerst moet duidelijk zijn welke bronnen aanwezig zijn en waar ze vandaan komen.
Moderne woningen kunnen het mobiele signaal beïnvloeden
Ook de manier waarop woningen tegenwoordig worden gebouwd speelt een rol.
Nieuwbouwwoningen worden steeds beter geïsoleerd en luchtdichter gemaakt.
Dat levert belangrijke energiebesparing op.
Maar materialen zoals beton, metaalhoudende constructies en bepaalde soorten isolerend of zonwerend glas kunnen mobiele signalen dempen.
Dat betekent dat een telefoon binnenshuis soms meer moeite moet doen om verbinding te houden met het mobiele netwerk.
Hier ontstaat opnieuw een interessante tegenstelling:
een woning kan energetisch uitstekend worden afgesloten, terwijl een mobiele telefoon binnen juist harder moet werken om contact met een zendmast te houden.
Bij bouwen en renoveren zou daarom niet alleen aandacht mogen zijn voor isolatiewaarde, energieverbruik en draadloze bereikbaarheid.
Ook de totale technische en elektromagnetische woonomgeving verdient aandacht.
Je telefoon zit veel dichter bij je dan de zendmast
En dan is er nog iets heel eenvoudigs: afstand.
Een zendmast bevindt zich misschien honderden meters verderop.
Een mobiele telefoon bevindt zich daarentegen regelmatig:
- in de broekzak;
- in de jaszak;
- in de hand;
- tegen het hoofd;
- op het bureau;
- of vlak naast het bed.
De afstand tussen lichaam en bron maakt veel verschil voor de blootstelling.
Daarom is het vreemd dat in het publieke debat vaak bijna uitsluitend naar zendmasten wordt gekeken.
De telefoon die mensen dagelijks urenlang bij zich dragen, verdient minstens zoveel aandacht.
De blinde vlek in het mobiele debat
Het interessante aan deze Europese onderzoeken is niet dat ze aantonen dat wonen op het platteland gevaarlijker zou zijn.
Wat ze wél laten zien, is dat persoonlijke blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden ingewikkelder is dan vaak wordt voorgesteld.
Het gaat om een samenspel tussen:
- zendmasten;
- afstand;
- netwerkdekking;
- bouwmaterialen;
- het gebruik van mobiele apparatuur;
- en het zendvermogen van het toestel zelf.
En dat verdient naar onze mening meer aandacht in de publieke voorlichting.
Zeker nu steeds meer onderdelen van het dagelijks leven draadloos worden.
Van smartphones en tablets tot auto's, beveiligingssystemen, verlichting, huishoudelijke apparaten en slimme woningen.
De technologie ontwikkelt zich razendsnel.
De informatie aan burgers zou eigenlijk net zo snel mee moeten ontwikkelen.
Niet door mensen bang te maken.
Maar ook niet door een complexe werkelijkheid steeds terug te brengen tot één geruststellende boodschap:
“Het blijft onder de norm.”
Meten is weten – maar dan wel het hele plaatje
Bij een bouwbiologische stralingsmeting wordt daarom niet alleen gekeken of er ergens een 4G- of 5G-zendmast staat.
Er wordt gekeken naar de daadwerkelijke elektromagnetische situatie in en rondom de woning of werkplek.
Welke hoogfrequente signalen zijn aanwezig?
Waar komen ze vandaan?
Welke waarden worden op verschillende plekken gemeten?
Wat gebeurt er bijvoorbeeld in de slaapkamer?
Welke bronnen komen van buitenaf?
En welke bronnen worden binnenshuis zelf veroorzaakt?
Dat levert vaak een veel completer beeld op.
Want soms blijkt juist een bron waar nauwelijks aandacht voor was belangrijker te zijn dan de zendmast waar iemand zich zorgen over maakte.
Elektromagnetische velden kun je niet zien.
Juist daarom is het verstandig om niet alleen op aannames af te gaan.
Meten laat zien wat er werkelijk aanwezig is.
Artikel:
Martin Sevink
05 oktober 2026
Human House Healthy
Gezond Leven en Wonen
Voor straling meten in huis:
https://humanhousehealthy.nl/gezond-wonen/stralingsmeting-woning-en-werkplek/
Bronnen
Veludo e.a. (2025) – onderzoek naar uplink van 4G en 5G en het zendvermogen van mobiele telefoons in verschillende omgevingen in zeven Europese landen. Environmental Research.
Van Bladel e.a. (2025) – onderzoek naar persoonlijke RF-EMF-blootstelling en uplink in verschillende omgevingen in zeven Europese landen. Environment International.
Europees onderzoek (2025) – RF-EMF-metingen in meer dan 800 situaties in tien Europese landen, met speciale aandacht voor 5G. Environment International.
Kennisplatform Elektromagnetische Velden – informatie over mobiele telefoons, zendvermogen, afstand en blootstelling.
Rijksinspectie Digitale Infrastructuur / Antennebureau – informatie over mobiele netwerken, antennes en elektromagnetische velden.
